Grote prijs 'rode kaken recensie 2007'
Bijna hadden we deze prestigieuze prijs niet uitgereikt. Het was wachten tot de laatste dagen van december. Toen verscheen "Moge het beste nog komen" in De Morgen van 21 december 2007 door Rudy Tambuyser. Hierin recenseerde de auteur een concert door Jos Van Immerseel en Anima Eterna.
Deze prijs reiken wij uit aan de recensent die op een moedige wijze klaar en duidelijk zijn of haar (onderbouwde!) mening gaf over een cultureel evenement in 2007. Zonder angst tegen heilige huisjes of instellingen durven stampen, siert een recensent. De reacties die wij mochten ontvangen sterken ons dat wij een goede keuze maakten.
Hier enkele frasen die voor ons maakten dat dit artikel de prijs kreeg van 'rode kaken recensie 2007'.
- "Ook toen al was duidelijk dat hij de concerti ofwel niet kan spelen, ofwel niet wil instuderen. Beide worden op het podium diepe droefenis, hoe mooi ook het hoge register van het oude klavier."
- "Wellicht speelt Van Immerseel vandaag alleen nog piano voor de eigen parochie van willing victims. De anderen hebben zich hoofdschuddend tot walgend afgewend."
- "Zelf verdedigt Van Immerseel zijn historiserende tegen de reguliere aanpak door een vergelijking met de door hem geliefde Japanse keuken. "Een Japanse chef gebruikt toch ook geen ketchup? Japans koken doe je met de beste, Japanse ingrediënten." Jazeker. Alleen maken de juiste ingrediënten nog geen gerecht. Bovendien: als de sushi of sashimi met een bot, plastic mesje is verhakkeld en vervolgens zeven maanden in de koelkast gezet voor het opdienen, eet geen hond het. Ook Japans afval is afval."
Als iemand een gepeperdere recensie kent, pleese! let us know.. Anders bezorgen wij de recensent deze felbegeerde prijs en oorkonde.
Opdoeken orkest, april 2005
U las ongetwijfeld al wat er de laatste dagen in de kranten verscheen over het "opdoeken van het orkest van de Vlopera.
Ondertussen mengde ook Jos Van Immerseel zich maar al te graag in dit debat. Uiteraard roepen de uitspraken van Van Immerseel reacties op. Wij publiceren die hier:
Teken de petitie voor het behoud van het orkest van de Vlaamse Opera!
klik www.orkestvlaamseopera.be
Waarde redaktie,
Met alle respekt, maar Jos van Immerseel kletst een beetje uit zijn nek (artikel "De Zwanenzang van het Grote orkest", DS 19 april).Het is natuurlijk begrijpelijk dat sommigen er bij het -misschien- verdwijnen van een opera-orkest als de kippen bij zijn om het laken naar zich toe te trekken. Dat Jos van Immerseel zodoende voor zijn eigen winkel spreekt is menselijk, maar het mag geen excuus zijn om hier en daar klink-klare (pun intended) onzin te vertellen.
Maak u geen zorg, een goed opera-orkest kan heus wel alle vereiste opera-stijlen aan. Er bestaat geen flexibeler ensemble dan een orkest dat dag aan dag, avond na avond tot het uiterste alert moet zijn bij het begeleiden en ondersteunen van soms fantastische en soms minder goede zangers, dat naast alle mogelijke en onmogelijke noten ook alle sferen en kleuren van een opera-partituur moet realiseren en alle stijlen moet aankunnen. Dat kweekt na jaren een onvoorstelbare elasticiteit, waarmee een goeie dirigent alle kanten uitkan, van barok tot hedendaags. Tot spijt van wie 't benijdt.
Tot hoever willen we "specificiteit" doordrijven ? De voorbeelden die van Immerseel opsomt lijken al op het randje van het belachelijke. De Venetiaanse praktijk van 1610 ? Welke maand moet dat zijn ?
Moeten we dan ook een apart orkest hebben voor de vroege, en een voor de rijpe Mozart ? Een apart orkest voor elk van de opera's van Verdi ? Tenslotte zitten er heel wat jaren tussen zijn eerste en zijn laatste werken.
En wat wordt eigenlijk bedoeld met die "specifieke ensembles" ? Zijn dat dan musici die zich elk, stuk voor stuk, beperken tot één stijl, uit één welbepaalde periode, in één welbepaalde stad (of gehucht. Want misschien speelden ze vijf straten verder wel helemaal anders) ? Kunnen die musici dan echt niks anders meer spelen of mogen ze ook in een ander ensemble specifiek bezigzijn ? Of kunnen ze dat dan pas na jarenlange studies of met specifieke instrumenten ? Gesteld dat een en dezelfde musicus dan toch een paar stijlen aankan, hoeveel instrumenten heeft hij dan nodig ? Eén voor elke componist ?
Toevallig weet ik uit eigen ervaring als contrabassist, dat het in realiteit met die zogenaamd historische praktijken toch ook niet altijd zo nauw genomen wordt : het is geen uitzondering om in historische ensembles ook niet-zo-historische, om niet te zeggen moderne contrabassen te zien, waar men gewoon een stelletje darmsnaren op heeft gemikt, en die men met een ietwat historisch uitziende boog bespeelt. Dat gebeurt in de hele wereld, ook bij gerenommeerde ensembles. Ja, ook in dat van Mijnheer van Immerseel zèlf.
Maar Jos van Immerseel heeft wèl gelijk als hij stelt dat er twee mogelijkheden zijn : "Een stabiel goed opera-orkest OF gespecialiseerde ensembles". Alleen vind ik in dit artikel geen harde bewijzen dat de tweede optie de betere zou zijn.
"In goede orkesten wordt urenlang, dagenlang nagedacht en overlegd over wie met wie te combineren is". Dan zal het Muntorkest wel geen goed orkest zijn zeker ? Want bij ons wordt daar toch niet zoveel spel van gemaakt. Misschien alweer om dezelfde reden : een goed opera-orkest is van nature en uit noodzaak flexibel. Wie niet flexibel is, houdt het trouwens in een opera-orkest niet vol.
Dat het fuseren van twee (zelfs goede) orkesten niet automatisch tot een nieuw goed orkest leidt, lijkt me vanzelf te spreken. Daarbij is het vooral mijn zorg of een puur symfonisch orkest op dezelfde golflengte zit als een opera-orkest : hebben ze dezelfde verfijnde flexibiliteit, zijn hun mentaliteiten compatibel ? Het zijn ten slotte twee verschillende werelden.
Laten we niet vergeten (en daar wordt in het artikel eigenaardig genoeg niet over gerept), dat opera-musici het fysiek vaak heel zwaar hebben. Een opera-prelude kan even lang duren als een volledig symfonisch concert. En na die prelude volgen dan nog een paar lange operabedrijven. Opera's van drie of vier uur zijn eerder regel dan uitzondering. Die Meistersinger begint om 6 uur's avonds en eindigt om middernacht, dat is ook niet voor iedereen weggelegd.
Vroeger werden we dikwijls door symfonische collegae schamper en meewarig "die van den opera" genoemd, de sukkels die voor hetzelfde geld uren moeten zwoegen in een orkestbak die meer wegheeft van een sauna, terwijl de elite-musici toch maar mooi op het podium hun (korte) concerten mogen spelen.
De tijden zijn intussen wel wat veranderd. Het Muntorkest is het beste bewijs dat een opera-orkest zowel in de orkestbak als op het concertpodium glansprestaties kan neerzetten, en dat in een verscheidenheid van stijlen en met een uithoudingsvermogen dat alleen maar respekt verdient. Ook het orkest van de Vlaamse Opera heeft die capaciteiten. Dat die niet tenvolle benut worden, ligt aan faktoren die buiten de macht van de musici liggen. Daar hoeven zij niet voor gestraft te worden.
Over de grootte van een orkest kun je lang discussieren. In het geval van een opera-orkest is het inderdaad niet zo vaak nodig om symfonische afmetingen te hebben, maar als hetzelfde orkest, naast een volledig operaseizoen ook nog een uit de kluiten gewassen concertseizoen moet afwerken, dan is het geen luxe om wat meer vaste musici te hebben.
Bovendien is er toch wel een vreemde tegenspraak waar van Immerseel eerst beweert dat musici "in heel Europa gezocht, gevonden, voorgesteld, uitgeprobeerd en al dan niet voorzichtig geaccepteerd" worden, en wat later vindt dat een kern van 60 musici beter zou zijn, die uitgebreid kan worden "als de gelegenheid dat vereist".
Uitgebreid ? Met wie dan wel ? Ook met voorzichtig uitgezochte musici ? Want "alleen dan bereikt men de aanzet tot kwaliteit". Een kern van 60, en 20 extra's, met het risico dat dus 1 op de 4 musici een "onaangepaste" is. Daar gaat de aanzet tot kwaliteit.
In de dagelijkse realiteit zijn de vervangers of de toegevoegden heel dikwijls conservatoriumstudenten (over die pedagogische rol van een orkest ook geen woord in het artikel), die op deze manier eens in een ècht orkest kunnen spelen en daar onder kundige, collegiale leiding het vak onder de knie krijgen.
Jos van Immerseel kan het op 't eerste zicht allemaal wel goed uitleggen. Er is niks tegen "orkesten met een specifiek profiel", en ze kunnen (als ze goed zijn, tenminste) een verrijking zijn van het aanbod. Maar de conclusie dat het "ideaal dat één orkest alles moet kunnen spelen" voorbijgestreefd zou zijn, wordt eigenlijk nergens duidelijk bewezen. "Beweren is niet bewijzen", zoals mijn oude wiskundeleraar al zei. Hier wordt veel beweerd en weinig of niets bewezen. Een goed opera-orkest daarentegen bewijst elke dag, en seizoen na veeleisend seizoen, dat het wel kan.
Misschien is ons enige probleem, dat we het niet zo goed kunnen uitleggen.
Korneel Le Compte
solo-contrabas
De Munt
20 april 2005
Lees ook Red orkest
Jullie reacties kunnen jullie sturen via contact
Teken de petitie voor het behoud van het orkest van de Vlaamse Opera!
klik www.orkestvlaamseopera.be